Financieel beleid

Financieel beleid is geen op zichzelf staand beleid. Het financiële aspect in de organisatie van het Graafschap College wordt gekenmerkt door grote verwevenheid met alle deelgebieden. Het verzorgen van goed onderwijs is de kerntaak van de organisatie. Om deze reden dient er steeds afstemming te zijn tussen onderwijskundig beleid en financieel beleid. Daarnaast dient er een koppeling te zijn met de andere beleidsterreinen, te weten: personeel, huisvesting, ict en kwaliteitszorg.

Beleidsplanning wordt over het algemeen als een instrument gezien waarmee organisaties op langere termijn verantwoorde keuzes kunnen maken en strategische doelen kunnen realiseren. Keuzes die onzekerheid reduceren en organisaties meer mogelijkheden bieden om gestelde doelen te bereiken. Inzicht in de ontwikkelingen op langere termijn is ook van belang om mogelijke financiële en personele risico’s af te dekken. Een goed inzicht en de juiste informatie zijn nodig om verantwoorde keuzes te kunnen maken. Daarvoor is financieel management belangrijk. Financieel management wordt gedefinieerd als het geheel van activiteiten, processen en spelregels dat ervoor moet zorgen dat een organisatie de beschikbare middelen zo inzet, dat ze haar doelstellingen behaalt. Goed financieel management bestaat uit zowel financieel beleid als financieel beheer.

Het vorige financiële beleidsplan van het Graafschap College was erop gericht om te kunnen voldoen aan de onderwijsvraag. Hierbij heeft kostenbewaking en het doelmatig inzetten van publieke middelen altijd een belangrijke rol gespeeld. Dit beleidsplan was meer gefocust op financieel beheer dan op financieel beleid. Financieel beheer concentreert zich op het bewaken van de koers en bestaat uit acties en spelregels die moeten voorkomen dat de inzet van middelen aan focus verliest, vooraf gestelde grenzen overschrijdt, bestaande risico’s onvoldoende bestrijdt of tot
nieuwe risico’s of verspilling leidt. Financieel beleid gaat over het uitzetten en waar nodig bijstellen van een koers en is derhalve sterk gekoppeld aan de strategische doelstellingen.

In dit nieuwe beleidsplan worden de grondslagen, richtlijnen, uitgangspunten en doelstellingen op financieel gebied, die in de afgelopen jaren op verschillende momenten zijn beschreven, in één document vastgelegd en vastgesteld. Hierbij wordt zowel aandacht geschonken aan financieel beleid als aan financieel beheer. Een heldere positionering van het financiële beleid binnen de Graafschap Groep is het hoofddoel van dit beleidsplan.

Het college van bestuur heeft na instemming van de ondernemingsraad het financieel beleidsplan op 21 mei 2013 vastgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van toezicht. In haar vergadering van 25 juni 2013 heeft de raad van toezicht het financieel beleidsplan goedgekeurd.

Uitgangspunten

De belangrijkste drijfveer blijft de continuïteit van goed onderwijs. Daarnaast is het blijvend realiseren van de doelen van het strategisch beleid een belangrijk uitgangspunt voor dit financiële beleidsplan. Hiermee wordt onderstreept dat de kerntaak het verzorgen van onderwijs is en dat alle andere beleidsterreinen in relatie tot deze taak dienstbaar zijn. Voorts zijn de volgende uitgangspunten van toepassing op het financiële beleid:

  • Het beleid is gericht op een gezonde exploitatie en vermogenspositie als basis voor continuïteit van de organisatie en gegarandeerde kwaliteit van onderwijs.
    Het beleid is tevens gericht op een zorgvuldig investeringsbeleid en afschrijvingsbeleid waarbij activa aan het eind van de afschrijvingstermijn kunnen worden vervangen. Conform de grondslagen voor de jaarrekening worden de jaarlijkse afschrijvingen berekend over de aanschafwaarde van de vaste activa. Rekening houdend met jaarlijkse inflatie van circa 1,8% (gemiddelde inflatie in Nederland in de afgelopen 10 jaar), zullen de vrijgekomen liquide
    middelen uit afschrijvingen aan het eind van de geraamde levensduur van deze activa niet toereikend zijn om de vervangingsinvesteringen hiermee te financieren.
    Het beleid van de Graafschap Groep is er op gericht te komen tot een ideaalcomplex waarbij vervangingsinvesteringen kunnen worden gefinancierd met eigen liquide middelen,
    voortkomend uit afschrijvingen en aangevuld met exploitatieoverschotten ter dekking van de inflatie gedurende de levensduur van de activa.

    Om dit te waarborgen wordt er gestreefd naar een rentabiliteit (nettoresultaat) van circa 2% en een minimale solvabiliteit van 60%. Tevens wordt er jaarlijks voorzien in een passende liquiditeitsbegroting.

  • Het beleid is zodanig ingericht dat (onderwijs)innovatie en realisatie van strategische doelen een herkenbare plaats innemen bij de bestemming van middelen. Daarnaast is het beleid gericht op het voldoen aan wet- en regelgeving. Daartoe wordt jaarlijks circa 2% van de totale baten gereserveerd voor strategie, innovatie en (externe) advisering en toegevoegd aan de begroting college van bestuur. Dit budget is niet bedoeld om alle lasten die voortvloeien uit
    datgene wat hiervoor is genoemd (centraal) te betalen. Het uitgangspunt is dat zowel onderwijssectoren als de diensten binnen de sector Bedrijfsvoering uit de structurele middelen een belangrijk deel inzetten voor innovatie, strategische doelen en (externe) advisering. De beschikbare middelen vanuit het collegebeleid zijn dan ook bedoeld als stimuleringsgelden. Het college van bestuur kan hiermee voor het komende begrotingsjaar een (financiële)
    impuls geven aan datgene wat (extra) aandacht verdient.
  • Het beleid is gericht op het faciliteren van een boven sectoraal budget voor gemeenschappelijke personele lasten. Dit budget wordt gevormd door een vaste bijdrage door de onderwijssectoren en de sector Bedrijfsvoering van 2,5% van de loonkosten. Als gemeenschappelijke personele lasten worden onder meer aangemerkt: pedagogisch
    didactische scholing door derden en interne scholing via de Graafschap Academie, kosten van medische begeleiding en coaching, loonkosten van langdurig zieken en de kosten van werving en selectie. Daarnaast komt de personele inzet ten behoeve van bepaalde boven sectorale taken ten laste van deze voorziening. Het college van bestuur is eigenaar van dit budget. Reden voor het vormen van een centraal budget ligt in het feit dat genoemde kosten van
    jaar tot jaar aanzienlijk kunnen verschillen per sector en in enig jaar een te grote belasting kunnen zijn voor een sectorbegroting. Hierdoor kan het realiseren van doelstellingen in het gedrang komen.
  • Het beleid is gericht op het initiëren, stimuleren en handhaven van een kostenbewust denken en handelen, waarbij begrotingsdiscipline als vanzelfsprekend wordt ervaren. Onder begrotingsdiscipline wordt verstaan: het zodanig uitvoeren van de begroting dat eventuele uitgavenoverschrijdingen worden gecompenseerd door meevallers en/of hogere baten. Financiële rapportages, waarbij begroting en uitputting met elkaar worden vergeleken, vormen een onderdeel van de (financiële) planning en control cyclus. Dit stelt budgethouders in de gelegenheid om tijdig maatregelen te nemen om overschrijdingen te beteugelen en uitgaven bij te stellen.

Hardheidsclausule

Het college van bestuur is bevoegd om van de hiervoor genoemde uitgangspunten af te wijken, indien de onverkorte toepassing tot niet aanvaardbare gevolgen met onevenredige nadelen zou leiden. Omstandigheden waaronder gebruik kan worden gemaakt van de hardheidsclausule:

  • Een (verwachte) toename of een afname van de deelnemerswaarde ten opzichte van het vorig schooljaar van meer dan 2,5%.
  • Indien in verband met personele (wachtgeld)verplichtingen een beroep op het wachtgeldbudget moet worden gedaan dat groter is dan het bedrag waar op grond van ervaringscijfers rekening mee is gehouden bij de allocatie van de beschikbare middelen.
  • Indien de jaarlijkse lasten, voortvloeiend uit het door de raad van toezicht goedgekeurde meerjarenhuisvestingsplan, tijdelijk (periode 2010 – 2015) hoger zijn dan het beschikbare budget voor huisvesting.