Financiële jaar 2015

Resultaat

De Stichting BVE Oost-Gelderland heeft in 2015 een positief nettoresultaat behaald van ruim € 2,4 miljoen. Hiermee is het resultaat ruim € 0,2 miljoen lager dan het resultaat over het boekjaar 2014. Voor het jaar 2015 was een resultaat van bijna € 1,2 miljoen begroot.

Baten

De totale baten zijn in het verslagjaar 2015 circa € 2,1 miljoen hoger dan begroot en ruim € 7,8 miljoen meer dan in het vorige verslagjaar.

De in het verslagjaar ontvangen rijksbijdragen groot € 66,7 miljoen liggen ruim € 0,2 miljoen boven de begroting. De (normatieve) rijksbijdrage OCW is ruim € 0,8 miljoen hoger dan begroot. Dit verschil wordt grotendeels verklaard door de toevoeging aan de rijksbijdrage van bijna € 0,8 miljoen die per 20 november 2015 is toegekend door het ministerie van OCW. Daarentegen zijn de overige subsidies OCW circa € 0,6 miljoen lager dan begroot. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat er een lager bedrag is verantwoord dan begroot voor de niet-geoormerkte subsidies OCW. Dit betreft hoofdzakelijk de subsidies in het kader van de ‘Regeling aanvullende bekostiging bekwaamheid van management en professionalisering onderwijspersoneel mbo’ en de ‘Regeling prestatiebox mbo’.

De overige overheidsbijdragen en -subsidies van in totaal bijna € 3,2 miljoen zijn circa € 1,0 miljoen hoger dan begroot. Dit betreffen hoofdzakelijk subsidies waarvan de lasten eveneens niet begroot zijn.

De cursusgelden zijn met een bedrag van ruim € 0,8 miljoen nagenoeg gelijk aan het begrote bedrag.

De baten werk in opdracht van derden zijn in het verslagjaar circa € 1,9 miljoen. Dit bedrag wijkt ruim € 0,2 miljoen af van het begrote bedrag voor 2015. Deze afwijking wordt veroorzaakt door een toename van de inburgeringstrajecten.

De overige baten, groot ongeveer € 2,4 miljoen, zijn bijna € 0,7 miljoen hoger dan begroot voor 2015. Deze afwijking is grotendeels het gevolg van een hogere omzet van de kantines en een hoger bedrag aan leermiddelen dat is verkocht aan studenten. De inkoop van kantines en leermiddelen is in dezelfde orde van grootte toegenomen onder de overige lasten.

Dat de totale baten in 2015 circa € 2,1 miljoen hoger zijn dan begroot komt resumerend voort uit een stijging van de rijksbijdragen met € 0,2 miljoen, een toename van de overige overheidsbijdragen en -subsidies met € 1,0 miljoen, een stijging van de baten in opdracht van derden met € 0,2 miljoen en een toename van de overige baten met € 0,7 miljoen.

werkelijkebaten2015

begrotebaten2015

Lasten

De totale lasten zijn in het verslagjaar 2015 ruim € 0,7 miljoen hoger dan begroot en zijn ten opzichte van het vorige verslagjaar met circa € 7,7 miljoen gestegen.

De personeelslasten zijn bijna € 0,4 miljoen lager dan het begrote bedrag voor het jaar 2015. Het bedrag aan lonen en salarissen is bijna € 2,1 miljoen lager dan begroot. Hier tegenover staat een overschrijding van de begroting 2015 van personeel niet in loondienst met circa € 1,2 miljoen. De overige personele lasten bedragen circa € 0,6 miljoen meer dan begroot. De overige posten binnen de personeelslasten dalen per saldo met circa € 0,1 miljoen ten opzichte van de begrote bedragen.

De afschrijvingslasten van in totaal ruim € 4,4 miljoen zijn bijna € 0,1 miljoen lager dan het begrote bedrag voor het jaar 2015.

De huisvestingslasten van in totaal bijna € 4,6 miljoen zijn circa € 0,5 miljoen lager dan het begrote bedrag voor het jaar 2015.

Het bedrag aan overige lasten van in totaal bijna € 9,6 miljoen is bijna € 1,7 miljoen hoger dan het begrote bedrag voor 2015. Zoals reeds vermeld bij de overige baten is de inkoop van de kantines en leermiddelen bijna € 0,5 miljoen hoger dan begroot. Daarnaast is het Graafschap College dit jaar organisator geweest van de CvI-conferentie, dat als onderdeel van de Innovatieweek in maart 2015 heeft plaatsgevonden. Tevens is de post inventaris en apparatuur bijna € 0,6 miljoen hoger dan begroot.

Dat de totale lasten in 2015 ruim € 0,7 miljoen hoger zijn dan begroot komt resumerend voort uit een daling van de personeelslasten met € 0,4 miljoen, een afname van de post afschrijvingen met € 0,1 miljoen en een afname van de huisvestingslasten met € 0,5 miljoen. Daarentegen zijn de overige lasten circa € 1,7 miljoen hoger dan begroot.

werkelijkelasten2015

begrotelasten2015

Financiële baten en lasten

Het saldo van financiële baten en lasten bedraagt in 2015 bijna € 0,1 miljoen negatief. Dit is bijna € 0,1 miljoen lager dan begroot en komt grotendeels voort uit een lagere rentevergoeding op de spaargelden.

Investeringen

In het verslagjaar is per saldo voor € 7,6 miljoen geïnvesteerd. Hiervan is bijna € 5,2 miljoen geïnvesteerd in gebouwen en terreinen, ruim € 2,2 miljoen in inventaris en apparatuur en ruim € 0,2 miljoen is verantwoord als materiële vaste activa in uitvoering. De investeringen in gebouwen en terreinen betreft grotendeels een uitbreiding van het pand aan de Slingelaan te Doetinchem. Van de investeringen in inventaris en apparatuur heeft bijna € 1,4 miljoen betrekking op hardware en licenties. De overige € 0,8 miljoen heeft grotendeels betrekking op meubilair en schoolinventaris. De post materiële vaste activa in uitvoering heeft betrekking op de aanloopkosten van een geplande bouw aan de Sportweg te Doetinchem. Dit plan staan bekend als ‘Sportpark Zuid’.

Treasury

In 2005 is besloten om een deel van de tijdelijk overtollige liquide middelen in vermogensbeheer aan Schretlen & Co te geven. Ultimo 2014 bedraagt het in effecten belegd vermogen bijna € 1,8 miljoen. Dit vermogen behoort toe aan de Stichting Schoolfonds. Deze effecten zijn ter beurze genoteerd en derhalve (vrijwel) direct verkoopbaar. Per 1 juli 2015 is de beleggingsportefeuille van Schretlen & Co overgedragen naar Rabobank en is de dienstverlening, onder gelijkblijvende voorwaarden, volledig geïntegreerd met die van de Rabobank.

Vanaf 2010 geldt de ‘Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek 2010’ en is het treasurystatuut hier op aangepast.

Het rendement op de beleggingen over het jaar 2015 bedraagt voor Stichting Schoolfonds bijna € 105.000 (5,6%).

Liquide middelen

De liquide middelen zijn in het verslagjaar met ruim € 3,4 miljoen toegenomen. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door het resultaat van € 2,4 miljoen. Daarnaast dragen de afname van de effectenportefeuille en vorderingen van in totaal ruim € 1,2 miljoen, de vrijval van afschrijvingen van ruim € 4,4 miljoen en de toename van de voorzieningen en schulden met ongeveer 2,7 miljoen bij aan de toegenomen liquide middelen. Hier tegenover staan investeringen in zowel materiële als financiële vaste activa voor een bedrag van bijna € 7,3 miljoen.

Voor het verdere verloop van de liquide middelen in 2015 zie het geconsolideerde kasstroomoverzicht over 2015.

balansdebet2015

balansdebet2014

Eigen vermogen

Het eigen vermogen is in 2015 met ruim € 2,4 miljoen toegenomen en bedraagt ultimo 2015 circa € 67,3 miljoen. Deze stijging vloeit voort uit het netto resultaat over het jaar 2015. Vooruitlopend op de goedkeuring van de raad van toezicht heeft het college van bestuur besloten om het enkelvoudige resultaat van € 2,4 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve.

Voorzieningen

De voorzieningen bedragen ultimo 2015 circa € 1,4 miljoen en bestaan volledig uit personeelsvoorzieningen.

Langlopende schulden

De hoogte van de langlopende schulden zijn in 2015 niet gewijzigd ten opzichte van 2014. Het betreft hier de lening die in 2008 is afgesloten bij de Rabobank voor een bedrag van € 9,0 miljoen.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden zijn in het verslagjaar 2015 met € 2,4 miljoen toegenomen. Grotendeels komt deze stijging door een toename van de vooruit ontvangen subsidies met ruim € 1,5 miljoen. Daarnaast is de post crediteuren toegenomen met ruim € 0,4 miljoen. De resterende toename is het gevolg van de stijging van de post loonheffingen, nog te betalen vakantiegeld en vooruit ontvangen bedragen.

balanscredit2015

balanscredit2014