Horizontale dialoog

Op alle niveaus in de organisatie gaat het Graafschap College de dialoog aan met haar interne en externe belanghebbenden. Alleen door hen actief te betrekken bij de organisatie en voortdurend met hen samen te werken, kunnen de strategische doelen worden behaald en kan de kwaliteit van het onderwijs verder worden verbeterd. In 2015 is de horizontale dialoog onder de loep genomen. Onderzocht is of de overleggen die het Graafschap College met zowel interne als externe belanghebbenden voert voldoende bijdragen aan het verminderen van de risico’s voor de organisatie. In 2016 worden de resultaten van dit onderzoek verwacht.

Horizontale dialoog met interne belanghebbenden

Er vindt regelmatig overleg plaats met studenten, hun ouders en medewerkers. Dit gebeurt bijvoorbeeld door op allerlei niveaus in de organisatie regelmatig te overleggen met de studentenraad en de ondernemingsraad en ouderavonden te organiseren. Binnen de opleidingen (of teams) zijn ook geregeld gesprekken met studentpanels. In de studentpanels geven studenten hun mening over het onderwijs, de leeromgeving, de examinering en de studentbegeleiding. De uitkomsten van de panelgesprekken worden in de onderwijsteams en het management besproken. Naar aanleiding daarvan worden verbeteracties uitgewerkt en opgenomen in het (team)verbeterplan. Bij sommige opleidingen zijn de studentpanels vervangen door ‘critical students’ (opleiding Verpleegkunde). Deze studenten brengen gevraagd of ongevraagd advies uit over diverse thema’s. Twee keer per jaar gaan de critical students in gesprek met vertegenwoordigers van het kwaliteitsmanagementteam. Van deze gesprekken worden verslagen gemaakt, die op verschillende manier toegankelijk zijn voor de studenten van de opleiding.

Horizontale dialoog met externe belanghebbenden

Met decanen van toeleverende scholen wordt regelmatig overlegd. Voor hen worden voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd en ze worden op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen op het gebied van het onderwijs en de organisatie. Via het samenwerkingsverband Profijt worden met onder andere toeleverende scholen optimale voorwaarden gecreëerd om jongeren te laten doorleren in de beroepskolom. Met hbo-instellingen is overleg om leerwegen op elkaar af te stemmen en samen te werken aan een betere aansluiting van de lerarenopleiding op het mbo. In het overleg met de Gelderse Roc’s worden afspraken gemaakt over een macrodoelmatig opleidingsaanbod en samenwerking tussen (onderdelen van) opleidingen. Met hulpverlenende instanties wordt regelmatig gesproken over het bieden van extra ondersteuning aan studenten die dat nodig hebben.

Ook met regionale bedrijven, instellingen en overheden wordt regelmatig de dialoog aangegaan. Via zo’n 30 onderwijsadviesraden overleggen vertegenwoordigers van de verschillende opleidingen structureel met bedrijven en instellingen. Onderwerpen van gesprek zijn onder andere de vormgeving van de opleidingen, stages en examinering. Ook de coördinatoren voor de beroepspraktijkvorming onderhouden contacten met het bedrijfsleven. Jaarlijks worden vertegenwoordigers van het beroepenveld door het Graafschap College uitgenodigd voor het Diner Pensant. Tijdens het Diner Pensant wordt besproken wat het Graafschap College moet doen om studenten succesvol voor te bereiden op de arbeidsmarkt. In 2015 werd het Diner Pensant voor het eerst in samenwerking met Achterhoek VO georganiseerd.

Het Graafschap College speelt een actieve rol in het samenwerkingsverband Achterhoek 2020. Overheid, Ondernemers en maatschappelijke Organisaties (3 O’s) spelen in dit verband gezamenlijk in op economische en demografische ontwikkelingen in de regio, zoals bevolkingskrimp, ontgroening en vergrijzing. Daarnaast voert het Graafschap College overleg met koepelorganisaties van werkgevers en is het Graafschap College actief in het Platform Onderwijs en Arbeidsmarkt (POA).

Met betrekking tot de sector Educatie & Participatie is in 2015 veel energie gestoken in het onderhouden van relaties met het relevante netwerk. Dit hangt niet alleen samen met de financiële afhankelijkheid, maar zeker ook met de specifieke samenstelling van de doelgroepen waar deze sector zich op richt. Immers, de sector kan deze doelgroepen alleen onderwijs bieden als de samenwerking met de regionale partners goed is. Op alle niveaus in de sector worden de contacten met dit netwerk onderhouden. Meer dan gewenst, maar afgedwongen door de snelle ontwikkelingen waar de sector mee te maken heeft, is de waan van de dag daarbij leidend.