Formatie

Formatieplannen

Ieder schooljaar wordt een formatieplan voor het Graafschap College en een formatieplan per sector opgesteld. In het plan wordt de inzet van personeel bepaald aan de hand van de begroting, studentenprognoses, beleidskeuzes en ontwikkelingen binnen de sectoren. Het sectorformatieplan wordt besproken met de onderdeelcommissie per sector (onderdeel van de ondernemingsraad). Het formatieplan voor het Graafschap College wordt besproken met de voltallige ondernemingsraad.

Taakverdeling op teamniveau

In de cao voor de sector Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie (BVE) staan afspraken over de werkverdeling. Docenten met een volledige baan kunnen 1.200 klokuren per jaar worden ingezet voor de uitvoering van onderwijstaken. De resterende 459 uur kunnen zij besteden aan overige werkzaamheden. Het is aan het team om tot een goede werkverdeling te komen, conform de afspraken in de cao.

Werkdruk

Uit het medewerkers tevredenheidsonderzoek (mto), dat in 2014 is gehouden, blijkt dat 49% van de medewerkers de werkdruk als te hoog ervaart. De ervaren werkdruk wordt bepaald door meerdere factoren. In samenwerking met de ondernemingsraad is onderzocht welke maatregelen zouden helpen om de werkdruk te verlichten. Het aantal beschikbare docenten is één van deze factoren. De jaarlijkse bekostiging in het mbo is gebaseerd op het studentenaantal op 1 oktober van twee jaar eerder (T-2 financiering). De afgelopen jaren heeft het Graafschap College te maken gehad met een groei van het aantal studenten. Dat betekende dat met minder financiële middelen aan meer studenten onderwijs moest worden gegeven. Sinds 2014 heeft het Graafschap College te maken met een lichte daling van het aantal studenten. Daardoor ontstond in 2015 meer financiële ruimte om extra formatie beschikbaar te stellen. Alle sectoren konden meer personeel inzetten.

Uit het mto blijkt dat de werkdruk per team verschilt. In de teams en sectoren zijn dan ook verschillende acties ondernomen, gericht op de verlichting van de werkdruk. Zo wordt in de sector Zorg & Welzijn bij alle werkzaamheden bewuster gelet op ‘het nut en de noodzaak’ ervan. Ook worden werkzaamheden meer LEAN georganiseerd. In de sector Economie & Dienstverlening wordt de werkdruk vooral bij de druk op administratieve en organisatorische processen en de verantwoording die op tal van terreinen wordt gevraagd, gevoeld. In deze sector zijn meer administratieve taken bij de samenwerkende examenbureaus neergelegd en administratieve processen zijn, indien mogelijk, sectorbreed gestandaardiseerd. Ook is er meer samenwerking tussen de onderwijsteams gerealiseerd. Zo zijn voor de generieke vakken sectorale expertisegroepen ingericht, waarbij één docent coördinerende taken heeft. Ook bij de andere sectoren (Techniek & Informatica, Educatie & Participatie en Bedrijfsvoering) voor wat betreft de werkdruk verbeterafspraken gemaakt.

Aantal studenten beroepsonderwijs per fte Onderwijzend Personeel
2011 2012 2013 2014 2015
19,2 19,2 19,5 17,7 16,3

Vaste en tijdelijke formatie

Het Graafschap College maakt onderscheid tussen vaste formatie, tijdelijke formatie en tijdelijke uitbreidingen. Onder vaste formatie worden alle arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd verstaan. Tijdelijke formatie omvat alle arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De tijdelijke uitbreidingen betreffen uitbreidingen van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. In 2015 is de vaste formatie met 12% gegroeid ten opzichte van 2014. In het verslagjaar had ongeveer driekwart van de medewerkers een vast dienstverband. Van de totale formatie in fte is 82% vast. In het afgelopen verslagjaar is het aantal fte’s gegroeid. De groei betrof zowel vaste als tijdelijke formatie. Met betrekking tot de tijdelijke uitbereidingen is het aantal fte in 2015 gedaald. In juli 2015 werd de wet Werk en Zekerheid van kracht. Het Graafschap College heeft er in dat licht voor gekozen om de tijdelijke arbeidsovereenkomst van verschillende medewerkers eerder om te zetten naar een vaste arbeidsovereenkomst (na 2 jaar tijdelijk dienstverband , in plaats van na 3 jaar tijdelijk dienstverband).

aantalfte_vast_tijdel2015

aantal_medew_vast_tijdel2015

Flexibele formatie

Naast de genoemde soorten formatie (vast, tijdelijk en tijdelijke uitbreiding) is er sprake van flexibele formatie. Onder flexibele formatie wordt de inzet van vrijwilligers, onbetaalde stagiair(e)s en inhuur-, uitzendkrachten en detachering verstaan, bijvoorbeeld voor de realisatie van projecten of de vervanging in verband met ziekte. De flexibele formatie is in 2015 ten opzichte van 2014 gegroeid. De groei wordt met name veroorzaakt door een toename van het aantal vrijwilligers. Deze vrijwilligers worden bij de sector Educatie & Participatie ingezet. Met betrekking tot inburgering mag het Graafschap College wettelijk niet meer dan vier dagdelen onderwijs bieden. Het formeel en informeel taalonderwijs wordt met elkaar verbonden en versterkt door de inzet van vrijwilligers en docenten van het Graafschap College.

Flexibele formatie in aantallen
2014 2015
Vrijwilligers 12 66
Onbetaalde stage 5 4
Inhuur-/uitzendkrachten/detachering 127 103
Totaal 144 173

Aandeel docenten per salarisschaal

In 2015 is het percentage LB-docenten (voorheen salarisschaal 10) ten opzichte van 2014 gedaald. Het percentage docenten in schaal LC (voorheen salarisschaal 11) is gestegen ten opzichte van 2014. Dit is te verklaren doordat in het verslagjaar intern is geworven op de functie senior docent (LC-schaal), om groeiperspectief te realiseren voor docenten. Door pensionering is het percentage LD-docenten (voorheen schaal 12) is in vergelijking tot 2014 in 2015 stabiel gebleven. De verwachting is dat het percentage docenten in schaal LD in 2016 gaat stijgen vanwege de invoering van de functie innovatiedocent.

Aandeel docenten per salarisschaal (peildatum 1 oktober)
Salarisschaal 2012 2013 2014 2015
LB (voorheen 10) 65% 66% 73% 70%
LC (voorheen 11) 31% 30% 26% 29%
LD (voorheen 12) 2% 2% 1% 1%

Opbouw personeelskosten beroepsonderwijs

In 2015 publiceerde de MBO Raad de Benchmark mbo 2014. De tabel ‘Opbouw personeelskosten beroepsonderwijs’ komt uit deze Benchmark. De tabel laat een uitsplitsing van de personeelskosten zien, zowel van het Graafschap College als van de overige deelnemende mbo-instellingen (gemiddelde). Ten opzichte van het sector-gemiddelde besteedde het Graafschap College in 2014 meer geld aan de inzet van onderwijzend personeel en minder aan onderwijsondersteunend personeel (direct en indirect) en directie en management. Ten opzichte van de Benchmark mbo 2013 is het percentage van de personeelskosten voor onderwijzend personeel (72,7%) en indirect onderwijsondersteunend personeel (13,1%) in 2014 bij het Graafschap College gestegen. Het percentage van de personeelskosten dat het Graafschap College in 2013 besteedde aan direct onderwijsondersteunend personeel (11,6%) en directie en management (2,6%) is gedaald ten opzichte van 2014.

Opbouw personeelskosten beroepsonderwijs in % (bron: Benchmark mbo 2014)
Graafschap College Sector-gemiddelde
Onderwijzend personeel 72,9 68,7
Direct onderwijsondersteunend personeel 11,2 13,9
Indirect onderwijsondersteunend personeel 13,6 13,7
Directie en management 2,4 3,7